AMCON begon niet als machinebouwer. Opgericht in 1974 als onderhoudsbedrijf, verzorgde het het onderhoud van septische putten en kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties bij Japanse appartementencomplexen. Vloeibaar slib uit deze lokale tanks moest naar centrale zuiveringsinstallaties worden vervoerd. Het indikken van het slib vóór transport was de voor de hand liggende manier om volume en kosten te verlagen — maar de toenmalige indikkers en ontwateringspersen waren onbetaalbaar en moeilijk op die kleine schaal te realiseren.
Het dominante scheidingsprincipe was het filterdoek: slib wordt op een doorlatende band gestort, het water stroomt erdoorheen en de vaste stoffen blijven achter. De zwakte is structureel van aard. Fijne vaste stoffen verstoppen (verblinden) het doek geleidelijk, waardoor de band continu moet worden gereinigd met hogedruk spuitwater. De gevolgen zijn bekend bij elke operator van die generatie apparatuur: een enorm waswaterverbruik, complexe sproeikopsystemen, overgedimensioneerde banden om de gewenste capaciteit te halen, frequente vervanging van het doek — en vrijwel volledige uitval bij olieachtig slib, dat een doek onomkeerbaar verstopt.
Omdat het personeel van AMCON deze apparatuur dagelijks onderhield, kende het bedrijf deze storingspatronen uit de eerste hand. In 1982 bouwde het zijn eerste eigen machine — een compacte filterdoek-indikker. Het loste het omvangs- en prijsprobleem op, maar erfde alle beperkingen van het doek zelf. De les die hieruit werd getrokken, bepaalde de richting voor alles wat daarna kwam: elimineer het filterdoek volledig.